donderdag 5 mei 2011

Mei 1940

10 mei 1940, de oorlog brak uit, m'n ouders waren
9 jaar getrouwd en hadden 7 kinderen waaronder
een baby van een maand.
Toen m'n vader hoorde dat het oorlog was, liep
hij naar buiten en stond gebogen over een hek
te huilen, m'n oudste zus heeft het gezien.
Hij dacht dat hij in het leger moest, maar gelukkig,
hij was te oud (41 jaar)
M'n ouders huurden een klein boerderijtje in De Kwakel,
en konden maar net het hoofd boven water houden.
De mensen in dat dorp waren erg sociaal, naast ons woonde
een weduwnaar met een dochter, die z'n huishouden deed.
Dan zei hij  dat ze de buurvrouw moest gaan helpen,
kwam ze  hele dagen werken als burenhulp en met
veel plezier ( vertelde die vrouw mij  60 jaar later).

Er kwamen veel mensen aan de deur voor eten, een bord
pap konden ze altijd wel krijgen, maar men had  liever
boterhammen om op de zwarte markt te verkopen, daar
trapte moeder niet in, ze had er rijk van kunnen worden als ze
ook de zwarte markt was opgegaan.
Zij was ook helemaal niet bang voor soldaten, aan de overkant
van de weg woonde een duitse soldaat die altijd melk kwam kopen.
Op een keer maakte hij ruzie, maar ze gooide zo het raampje
voor z'n neus dicht.

Regelmatig kwamen er mensen uit Amsterdam voor
eten,voor een redelijke prijs of ruilen voor
kleding of schoenen.
Er was een trambestuurder, van der Kallen die bracht een
krant mee die De Waarheid heette.
(Mijn familie las Trouw).
Moeder had zo'n vreselijke hekel aan die communistische krant,
zodat ze altijd de eieren die hij kocht weer in diezelfde krant rolde.
Hij hield z'n dochters altijd voor dat ze die vrouw
(moeder dus) in ere moesten houden,
zij had hun het leven gered met het voedsel.
In de laatste oorlogswinter hebben m'n ouders ook een
amsterdams oud echtpaar in huis genomen,
zij deed naaiklusjes en hij timmerde wat op de boerderij.
Zowel de familie Heerooms en van der Kallen,zijn tot
aan hun dood vrienden gebleven met onze familie.
Ik ben geboren in 1949 en heb die mensen veel
ontmoet met verjaardagen enz.

Op een dag kwam pater Henri de Greve in De Kwakel,
hij ging alle boeren langs voor eten,
m'n vader gaf een half mud koren.
's Zondags preekte hij in de kerk dat er een klein boertje,
die niet eens van z'n kerk was, zoveel had gegeven en
een hele grote boer slechts 1 rode kool.
Die boer heeft nog jarenlang rode kool als bijnaam gehad.
M'n ouders maakten clandestien kaas, die verborgen ze
op de slaapkamer van de kinderen.
Die kazen kon je goed ruiken, maar de bedden van de
kinderen stonken nog erger omdat ze in bed plasten,
dus het is nooit ontdekt door de controleurs.
De kinderen sliepen op zolder, het rieten dak was zo slecht,
als het sneeuwde, lag de sneeuw op de dekens.
M'n zus die in 1934 geboren is, vertelde me ooit dat ze
amper beddengoed hadden, meest lege meelzakken.
Toen zij 10 jaar oud was, moest zij op maandag meehelpen
met de was, de hoofdmeester van de school vond het goed.
Zij hield wel van huishoudelijk werk, maar op school werd
juist op maandagmorgen altijd de nieuwe leerstof behandeld.
Jarenlang dacht ze dat ze dom was, terwijl ze eigenlijk best
slim was, maar erg bedeesd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten