In 1987 hadden we ons eerste vakantiekind van
Europakinderhulp, Ouarda (Warda) een Frans-
Algerijns meisje van 6 jaar oud.
Ze kwam uit Survelliers-Fosses, een plaats ong.
50 km voor Parijs.
Na de vakantie hebben we haar opgezocht, haar moeder
was een weduwe van een politieman, ze had 5 min of meer
volwassen dochters en nog een meisje van 12 jaar, Linda.
De moeder wilde in 1988 op vakantie naar Algerije en vroeg
of wij die 2 jongste dochters 5 weken wilden hebben.
Gek als we waren hebben we dat gedaan, dus zelf ophalen en
later terugbrengen en een verzekering afsluiten.
Het was niet altijd een succes, Linda pakte soms de fiets, nam
het zusje mee en ik moest maar raden waar ze waren.
Ze spanden samen tegen onze kinderen en die deden het nog
erger, die waren tenminste met z'n vieren om terug te plagen.
Even zo goed ging Linda als 13 jarige soms spontaan
het huis helemaal schoon maken.
Soms was het leuk, vooral de terugreis, met 8 man in de
Mazda 929 en Madonna in de cd-speler.
We hebben bij die mensen thuis met z'n allen een nacht
geslapen toen we terugkwamen uit Parijs.
Daarna nooit meer wat van ze gehoord.
In 1989 hadden we een jongetje, in 1990 kwam Wendy.
Zij is 6 jaar achter elkaar geweest, een schat van een meisje.
Toen wij trouwden in 1970 wilde Sjaak graag een kat,
een cyperse poes met een rood vlekje, hebben we in het
asiel opgehaald.
In 1976 is Strepie doodgereden, toevallig hadden we nog
een kitten van haar, Strepie II is 13 jaar onze huiskat geweest.
Elk jaar bracht ze 2 nestjes voort, in 1989 heb ik 1 poesje
aangehouden, die hebben we zo'n 19 jaar gehad.
Dat was Strepie III, ik heb ze wel meteen laten steriliseren, de
kinderen waren altijd zo aan het spelen met die kleintjes, het
begon al als de oogjes nog dicht waren.
Daar had ik even genoeg van.
We hebben altijd goede baasjes voor ze gevonden.
.
In 1995 bracht Paulien een lapjeskat mee van de boerderij.
Het beestje was verdwaald in het hok van de stier, en zwaar
ondervoed, Olga heeft het poesje een paar maande op haar
kamer genomen om op te knappen, het is altijd wel een
klein poesje gebleven.
Poekie heeft een paar nestjes gehad, toen heb ik ze laten helpen.
De poezen waren niet echt gezellig,de laatste 10 jaar woonden
ze op de kwekerij.
Strepie wilde niet meer bij ons wonen omdat we naar 2 huizen
verderop waren verhuisd, en omdat Poekie erbij gekomen was.
Poekie ging weg omdat we een nieuwe herdershond kregen,
toch is ze op de kwekerij nog 15 jaar oud geworden.
Ik wilde in 1970 graag een hond, dat werd Terry, een zwarte
amerikaanse spaniel.
Drie maal heeft ze een nest jonge hondjes gehad, dankzij een
bruine spaniel die ook altijd vrij rond liep.
In 1980 is Terry overleden, ik taalde even niet naar een nieuwe
hond, had genoeg aan m'n eigen aanwas.
Sjaak was altijd een beetje bang voor honden, zag hij b.v. een
herdershond in de verte, ging hij een straatje om.
In 1985 had een buurman een nest jonge herders, Sjaak mocht
er gratis 1 uitzoeken,
De puppies waren niet raszuiver, de moeder had toen ze loops
was, al zwemmend contact gezocht met de vader,
een mooie herdershond.
Gaston hebben we bijna 15 jaar gehad, een prachtige hond,
alleen aan de staart kon je zien dat hij geen stamboom had,
staart stond met een grote krul omhoog.
En het was ook echt een hond van de baas, waar Sjaak was,
zag je Gaston ook, hij ging ook altijd mee naar de kwekerij.
Toen m'n jongste zoon 16 werd, wilde hij graag een
klein hondje hebben, zo eentje die je altijd mee kunt
nemen op je schouder.
Het boerenhondje vlak bij ons had een nestje, en Rick
zocht de kleinste en de zwartste uit.
Een naam geven was nog het moeilijkste, hij was toen een
Feyenoordfan, maar een Gaston (Taument)hadden we al,
en Josef (Kiprich) en Regi (Blinker) vonden we niet klinken.
Toen was daar een voetballer die speelde bij Real Zaragoza,
en schoot vanaf de middellijn in de 120 ste minuut de bal bij
Arsenal in het doel.
Zodoende won Zaragoza 10 mei 1995 de Europacup II finale,
dankzij het schot van Nayim.
Geen twijfel mogelijk, ons hondje heette Nayim, maar hij luisterde
ook naar Piem, Zwarte, Krelis of Hondje.
Omdat Rick nog schoolgaand was, nam ik Piem altijd mee naar
de kwekerij, hij lag op de werktafel of hij liep los rond.
Zo nu en dan liet hij zich zelf uit, en ging het dorp in.
Hij was altijd erg lief, behalve als ik weg was en hem niet had
meegenomen, lag hij te brommen in z'n mand,
(heb ik van horen zeggen).
Hij wist vaak nog eerder dan ikzelf dat ik ergens naar toe ging.
Ik nam hem ook mee als ik koffie ging schenken bij m'n moeder
in het verpleeghuis, mocht tie op tafel liggen.
Zei mevrouw van Leersum wel 5 keer op een avond, he daar ligt
een hond, vertelde ze weer het verhaal over haar eigen hond.
Een verpleegkundige had altijd een bijtstokje voor hem bij zich.
Op een keer zag een andere zuster het en die verbood het op tafel
liggen, dat was niet hygienisch, zo'n schoon klein hondje.
Maar ik vond de vloer eigenlijk te vies voor m'n hondje, daar lagen
broodkorsten en soms urine.
Als ik wegging maakte ik de tafel altijd goed schoon, misschien
was ik wel te druk voor die mensen, ik zong ook altijd met ze
zoals De Zilvervloot en Op de grote stille heide.
Ze waren er meer bij gebaat dat de mensen stil waren,
m'n moeder is ook vanaf dag 1 platgespoten.
Maar goed, Nayim is altijd m'n liefste hondje geweest, toen hij 12
jaar oud was, kreeg hij artrose, zo baas, zo hond, zegt men.
Vanaf die tijd mocht hij niet meer loslopen op straat,
hij zwabberde teveel, en vond ook altijd eten op straat
Hij kreeg geen hondebrokken meer, ik kookte voor hem en hij
kreeg pens en elke dag een rauw mergpijpje.
Zo heeft hij het nog 3,5 jaar uitgehouden, een jaar geleden is hij
vertrokken, nu woont hij op een wolkje.
Voorlopig hoef ik geen hondje meer erbij, wij hebben ook nog
de 2 herders, mama is van 2001 en zoon van 2006.
3 honden in huis vind ik teveel en zo'n hondje als Piem vind ik
nooit meer, een boerenhondje met het karakter van een teckel.
Het schilderij hieronder hebben we verleden jaar bij onze 40-
jarige bruiloft gehad van kinderen en van collega's.